Stapje terug
#Den Bosch
#lifestyle
#open

Hardloopwedstrijd

Op een circuit in de Ardennen doe ik mee aan een hardloopwedstrijd. Hardloopwedstrijden zijn altijd wel een dingetje. Je traint ervoor, je kijkt er naar uit en dan komt de grote dag. Tijd om te knallen! 

Het startschot dringt tot mij door en ik sprint uit de startblokken. De eerste bocht door, de heuvel af in volle vaart en daarna bikkelend weer de volgende heuvel op. Ik moet er wel op letten dat ik niet al mijn kruid verschiet in het begin van de wedstrijd. Dit is namelijk geen sprintrace, maar een langere rit. Ik ben dus aangewezen op mijn uithoudingsvermogen.  

Maar ik heb wel een goede tactiek te pakken. Mijn voornemen om de eerste ronde rustiger aan te doen, beloond. Bij het ingaan van de tweede en tevens laatste ronde, gaat het hek van mijn innerlijke dam. Harder dan ik net rende, ren ik over de baan. Van de ene bocht vlieg ik naar de ander en met het restant energie ga ik ook nog eens aan iedereen voorbij.  

Ik ben nu echt de snelste tijd aan het neerzetten van iedereen! 

En terwijl ik ren, zie ik mezelf rennen.  

Hardlopen, en dus hard aan het lopen. Letterlijk en figuurlijk. Het is een dubbelzinnige lading van het woord, waar ik wel eens tegenaan loop. En het is wel fascinerend. Als je letterlijk aan het hardlopen bent, sta je liever niet stil. Uit eigen ervaring kan ik ook spreken dat het beter is om te blijven lopen, te blijven gaan. Geen pas op de plaats. 

In de figuurlijke zin daarentegen kan het eigenlijk best goed zijn om eens stil te staan. Als je hard aan het lopen bent, kun je het misschien wel volhouden. Maar als je te hard aan het lopen bent, loop je tegen jezelf aan. Ken je de grenzen van je kunnen, of snak je naar zuurstof? Geef jezelf wel eens lucht, als je lichaam erom vraagt? Waar ren je eigenlijk naartoe, of doe je telkens hetzelfde rondje?  

Na afloop van de wedstrijd gebeurt er iets moois. We kunnen namelijk twee dingen doen. Aan de ene kant kunnen we direct weer naar huis rijden, het is immers nog best een stuk rijden. Aan de andere kant, we hebben de tijd en zijn nu in een andere omgeving, ver van huis. Waarom blijven we niet even hier, waar we zijn?  

Het volgende moment zitten we op een terras in een sfeervol dorpje. We zitten nog in de schaduw, maar hebben deze plek tactisch gekozen. Naarmate de inhoud van onze glazen minder wordt, komt er meer zon. Dat stilstaan is zo gek nog niet. Waarom lijkt mijn leven eigenlijk op een hardloopwedstrijd?