Ont-waak
Een jaar geleden nog mistte ik een specifiek manmens.
Zo eentje die na een poosje al niet meer om kijkt.
Je hart ervoor al heeft losgepeuterd en haar daarna laat vallen, op beton.
Ik vroeg mezelf af; mag ik dan niet gelukkig zijn in liefde, lijdt dat pad nu telkens alleen naar pijn en verdriet,
‘Waarom?’
Maar, is dat dan echt zo erg,
dat ‘alleen’ zijn?
Bedrogen, voorgelogen, bevroren, verloren,
geslagen, met en zonder woorden.
Verlaten, veranderd en verwijderd, van mezelf.
Eeuwig dankbaar dat ik na de laatste keer dat ik mijn zwak pulserende hart met trillende handen in mijn bloedende borstkas terug heb gedrukt heb geleerd.
Nooit meer.
Mijn hele zijn verdient echte, oprechte liefde en alles wat erbij ‘hoort’.
Zonder moeten waken.
Want het is niet zomaar iets.
Het gaat over mij, mijn leven en mijn zijn.
Ik wil alles, of niets.
Dus ik dans door de kamer,
zing mijn mannen goeiemorgen,
word wakker naast de ene en loop naar de ander die verliefd naar me tuurt vanuit ons venster.
Plaats de naald op het vinyl en zing mee met Peggy, Donna, Dean en Fred astaire.
Ik kleed me aan, draai mee met mijn de spiegelbol en kijk naar de lichtjes op het plafond.
Voorzie Douwe van water in zijn reservoir en een filter gevuld met wat in mijn ogen even waardevol is als goud, ‘koffie’.
Douwe vult mijn kunstige poppen-keukentje met de geur van vloeibaar goud terwijl ik voor de spiegel dans en herinner mezelf er aan dat ik niet moet vergeten dat ik van mezelf houd.
Als ik naar mijn boven woonkamer loop golft de koffiekom over van rijkdom,
terwijl ik zing: ‘dat is een probleem voor later’ en kijk niet achterom.
Mijn rossige man loopt parmantig voor me op, de man uit mijn bed liefkozend achter me aan.
Nadat mijn koffiekom op de space age tafel landt aai ik de groene bladeren en fluister ik woordjes van waardering, gewoon omdat ze bestaat.
De vinyl stopt met draaien, de naald zweeft op en legt zichzelf neer op haar plek.
Vol verwondering glunder ik naar de paarse bloemen die hoopvol bloeien in het begin van het einde van dit jaar.
Een zucht van mijn verlichting, hoop en dankbaarheid roept zon en vult mijn zolder thuis die van binnenuit lijkt te zweven in de wolken, simpelweg omdat je op de bank alleen de lucht ziet.
Zon hoort mij en vult de kamer met haar warme gloed, al de tweede keer deze week.
In het wolkenvenster zitten mijn kater mannen glunderend in het licht van de warme herfstzon.
Hier, ben ik veilig, mag ik ontwapenen, zijn,
word ik onvoorwaardelijk geliefd
hier ont-waak ik.
‘Alleen’
-Maar best wel fijn.
Hoor.
